Gemeenten

Uw gemeente kan een vorm van pedagogische hulp bieden met het wereldwijd toegepaste programma Home-Start. Hiermee vult u het lokale jeugdbeleid in voor gezinnen en vrijwilligers in uw gemeente.

Erkend programma

Home-Start werkt met een effectief bewezen programma voor gezinnen met kinderen tot en met 6 jaar. In de praktijk blijkt dat Home-Start ook als positief en werkzaam ervaren wordt door gezinnen met oudere kinderen. De nationale onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies heeft Home-Start erkend als effectief programma voor opvoedondersteuning aan ouders met kinderen tot en met zes jaar. De preventieve aanpak van Home-Start is voorzien van de op een na hoogste beoordelingsgraad: effectief volgens goede aanwijzingen. Home-Start is hiermee opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies op de website van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ons programma is ook internationaal erkend als best practice door het European Platform for Investing in Children (EPIC), een initiatief van de Europese Unie. Hun beoordeling luidt: het Home-Start programma is goed overdraagbaar, toepasbaar en effectief op lange termijn.

Informele preventieve opvoedsteun

Het Home-Start programma biedt informele preventieve opvoedsteun om te voorkomen dat gewone opvoedvragen, hulpvragen worden. We verbinden ouders en opvoeders met elkaar omdat ze elkaar op een gelijkwaardige manier steun kunnen bieden. Immers, 'it takes a village to raise a child'. Vroegtijdige opvoedsteun vergroot het welzijn van ouders en daarmee dat van hun kinderen. We werken daarom ook landelijk en regionaal samen in de coalities Kansrijke Start en het Collectief Informele Steun.

Home-Start wil kinderen een goede start geven in het leven. Dit maakt dat het kernprogramma voor ouders met kinderen tot en met 6 jaar in alle gemeenten beschikbaar is waar Home-Start aangeboden wordt. Een vrijwilliger die wekelijks vraaggerichte thuisondersteuning biedt aan een gezin, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de stabiliteit van dat gezin.

Home-Start wordt wereldwijd aangeboden in meer dan twintig landen. In Nederland werkt Home-Start nu bijna dertig jaar.

Blogs over de Home-Start informele preventieve opvoedsteun

afbeelding

Wet maatschappelijke ondersteuning

De opzet van Home-Start valt binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Home-Start bevordert zelfredzaamheid van gezinnen door effectieve opvoedingsondersteuning, sociale samenhang en goed georganiseerd vrijwilligerswerk. De basis ligt in de uitgangspunten: vraaggericht, empowerment, gelijkwaardigheid en vertrouwen, tijd en aandacht.

Home-Start is er voor gezinnen met opgroeiende kinderen van verschillende leeftijdsgroepen. Met in elk geval als kernprogramma: 0 t/m 6 jaar, vanaf 28 weken zwangerschap. Optioneel per gemeente: 0 t/m 14 jaar of 0 t/m 17 jaar.

Home-Start in uw gemeente?

U kiest zelf door welke organisatie u Home-Start laat uitvoeren. U besluit of u naast het kernprogramma, Home-Start ook voor ouders met kinderen van een oudere leeftijdsgroep beschikbaar maakt. Overweegt u Home-Start op te nemen in het lokale jeugdbeleid en bij het inrichten van een sociale basis voor gezinnen in uw gemeente, dan kunt u voor advies en meer informatie terecht bij het Landelijk Steunpunt. Door het afsluiten van licenties en gebruik van toetsingsinstrumenten voor kwaliteitsborging, beschikt u over een goed werkend programma voor gezinsondersteuning in uw gemeente.

afbeelding

Een Home-Start locatie bestaat uit:

  • een betaalde hbo-opgeleide coördinator met werkervaring in de jeugdsector
  • vrijwilligers met opvoedervaring die worden opgeleid en begeleid
  • met elkaar ondersteunen zij de gezinnen

Gemeenten en andere organisaties die overwegen Home-Start te faciliteren, zijn voor informatie, advies en ondersteuning van harte welkom bij het Landelijk Steunpunt.

Home-Start in cijfers

Uit het jaarverslag 2020:

  • 163 gemeenten bieden het Home-Start programma aan
  • 3.298 gezinnen per jaar met 6.805 kinderen
  • 150 coördinatoren
  • 2.795 vrijwilligers
  • 70% komt via een verwijzer, 30% zelf via familie, kennissen of media
  • 30% is alleenstaande ouder, 70% gehuwd of samenwonend
  • risicofactoren: psychisch, opvoedkundig, fysiek, woonomgeving, financieel, beperkt netwerk